Een nieuwe baan, Part II

Gisteren ben ik bijna aangereden. Ik zat in de auto en stond te wachten om links af te kunnen slaan toen ik in mijn achteruitkijkspiegel een gigantische truck met een enorme vaart op me af zag komen. Ik dacht, deze gaat me sowieso raken. Het enige wat ik tegen mezelf kon zeggen was, prepare for impact, prepare for whiplash. De truck had op het nippertje door dat ik niet reed, maar stilstond en ging volop op de rem. Met gierende banden kwam hij tot stilstand en draaide zijn gril de berm in om mijn bumper te ontwijken. Aanrijding voorkomen. Helemaal shaky kwam ik thuis.

Ongeveer 18 jaar geleden overkwam mij iets soortgelijks. Ik was op weg naar de Hogeschool toen ik een zwaar paniekerige toeter in mijn nek kreeg van een vrachtwagen die hinder had van het feit dat ik tijdens het invoegen niet genoeg snelheid maakte ten gevolge van een trage bestelbus voor mij. Het lukte mij na dat incident om op school te komen, maar de schrik zat zo diep dat ik op de parkeerplaats huilend mijn moeder heb opgebeld dat ik niet meer terug naar huis durfde. Dat was het begin. Ik begon steeds meer smoezen te verzinnen om de auto te laten staan en ging steeds meer gebruik maken van het openbaar vervoer. Ik vermeed de snelweg, drukke steden en reed alleen nog maar buiten spitsuren. Uiteindelijk was zelfs een ritje binnen het dorp teveel gevraagd.

De mensen die mij goed kennen weten het, maar voor de buitenwereld is het niet iets waar ik graag mee te koop loop. Ik heb al bijna 20 jaar mijn rijbewijs, maar ik heb ook al bijna 20 jaar serieus last van rijangst. Ik had nooit echt interesse om mijn rijbewijs te halen, maar het moest van mijn moeder en ik slaagde ook nog eens per ongeluk in 1 keer. Ik heb daarna een jaartje met plezier gereden tot die bewuste invoegmanoeuvre en daarna stopte ik compleet met autorijden. Eerst reed ik alleen nog maar de rustige plattelandsroutes, daarna alleen in de avonden, daarna alleen in mijn eigen dorp en uiteindelijk verkoos ik definitief de passagiersstoel boven de bestuurdersplek. Ik werd iemand die afhankelijk werd van anderen voor mijn vervoer. Ondanks mijn schaamte vond ik het stiekem ook prima zo, in Nederland is het openbaar vervoer, op de kosten na, erg goed geregeld. Ik bezocht mijn vrienden in Brabant altijd met de trein. Zij kwamen met hun auto wel naar Rotterdam. Het enige moment waarop ik het erg vond, was als ik mijn rijbewijs moest verlengen en me realiseerde hoeveel jaren aan rijervaring ik had kunnen opdoen, gelijkwaardig aan de geldigheidsduur van mijn rijbewijs.

Toen ik moeder werd, gaf me dat in het begin wel een stimulans om het autorijden weer op te pakken. Ik wilde niet dat mijn kind zou opgroeien met een moeder die bang was om te rijden. Maar zelfs de speciale autolessen voor rijangst die ik volgde, konden me niet helpen om van mijn angst af te komen. Voor mij voelt autorijden als een kermisattractie waar ik in moet, waar ik niet in durf.

In afwachting of ik de baan bij het ministerie zou krijgen, besloten we in maart om Jahman’s Place ook doordeweeks te gaan draaien. In het begin kon ik nog met mijn pleegvader mee om de maaltijden te bezorgen, wat mij natuurlijk supergoed uitkwam. Maar toen ons klantenbestand groter werd en de route daarmee verlengd werd, zei mijn vader op een dag, ‘ik doe het niet meer, het vergt teveel van me’. Ik schoot in een soort shock. Het betekende voor mij dat ik zelf zou moeten gaan rijden, Chaps heel vroeg in de ochtend naar zijn werk moest brengen om met de auto te kunnen blijven. Mijn tante heeft de week nog met mij afgemaakt, maar met nieuwe bestellingen in de mailbox was het zaak dat ik tegen dinsdag zelf de maaltijden zou kunnen bezorgen. We hebben dat weekend 2 dagen geoefend en met de start van de nieuwe week ging ik. Wauw, wat was dat heavy, man.

Heel de maand maart heb ik maaltijden rondgebracht tot ik hoorde dat ik begin april zou beginnen bij het ministerie. En het was maar goed dat ik geoefend had, want ik was nog maar een paar dagen binnen toen ik de vraag kreeg of ik een school in Otrobanda wilde bezoeken voor een onderzoekstest. Dat betekende dat ik over de Julianabrug heen zou moeten. De vierbaans smalle brug van 56 meter hoog. De avond ervoor deed ik een proefrit met Chaps en de dag erna ging ik. Dat was best een dingetje. Ik ging met een schietgebed en een glimlach. Een overwinning op mezelf.

index

Afbeelding van internet

Door mijn baan op het ministerie en het draaien van JMP zit ik nu dagelijks op de weg. Ik moet wel. Het is goed te combineren omdat ik beide functies parttime uitvoer. Mijn werkzaamheden leiden mij naar nieuwe wegen. Voor de oostkant van het eiland geldt dat ik de belangrijkste hoofdwegen nu ken. Autorijden op het eiland is een ervaring op zich. Tijdens het middaguur is het absolute chaos, een gekkenhuis. Het zal waarschijnlijk nooit mijn favoriete bezigheid worden, maar ik word steeds zekerder en mijn drive om te rijden komt ook meer terug. Ik merk aan mezelf dat ik me ook al lekker kan ergeren aan sommige weggebruikers. Mensen die geen richting aangeven, mensen die bumperkleven, mensen die te hard rijden, of juist te langzaam. Wat wel geweldig is, is dat mensen elkaar belonen met een bedanktoeter voor een gekregen kans om in te voegen of af te slaan.

Na die bijna aanrijding van gister moest ik die dag nog 2x de weg op. Shaky en met mijn hart in mijn keel, maar in protest om weer 2 decennia te verliezen aan rijangst, stapte ik achter het stuur, probeerde me te ontspannen en reed. Ik reed! Veilig en wel kwam ik op plaats van bestemming en ik was trots. Mijn werk vraagt mobiliteit en daarmee hebben mijn werkzaamheden mij mijn vrijheid teruggegeven. Ieder dag vier ik overwinning op overwinning. De weigering van mijn vader om mij nog langer te brengen werd een blessing voor mijzelf. Achter het stuur ervaar ik de ultieme vrijheid. Ik ben eindelijk onafhankelijk en mijn eigen baas. Ik wil dat gevoel nu nooit meer kwijt, ik vind het geweldig. Iedere dag trek ik mijn mooiste schoenen aan, doe ik een paar oorbellen in en een beetje lipgloss op en stap ik samen met mijn kindje in de auto en rijd ik door de straten van het eiland waar ik geboren ben. Ze zal me niet kennen als de mama die haar nergens naartoe kan brengen. Ik kan het soms zelf haast niet geloven, haha.

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s