Vegan op Curaçao

Ik krijg vrij vaak de vraag hoe het is om als vegan te leven op Curaçao. Ik herinner me een wandeling in Palma de Mallorca toen Chaps en ik dit onderwerp bespraken in aanloop naar onze emigratie. Ik weet nog dat ik me daar toendertijd best zorgen over maakte. Voor mijn gevoel ging het in Nederland op dat moment best de goede kant op. Veganisme was nog niet mainstream, maar je kon al aardig wat vegan producten in reguliere supermarkten krijgen en ook werd de kennis en bewustwording omtrent dierenleed en het consumeren van dierlijke producten al wat groter. Ik denk dat ik me tijdens die vakantie op het Spaanse eiland, heel erg realiseerde dat ik met de remigratie een flink aantal jaren terug in de tijd zou gaan wat betreft eetgewoontes. Ik was bang dat ik na een aantal jaren van investeren op bewustwording en de toegang tot allerhande alternatieve producten, mezelf moedwillig terug zou werpen in de horror van barbarij.

Curaçao kent een behoorlijke bbq/grill/vlees cultuur en als je denkt dat je alles hebt gezien wat dieren eten betreft, wacht dan tot je hebt gezien wat men hier eet. Niets, maar dan ook niets van het dier gaat verloren. Oren, staarten, tongen, voeten, ingewanden, kop, alles wordt verslonden. Alles. Ik ben dankbaar dat ik als vegan bepaalde stadia al doorlopen heb (tijdens de vakantie in Spanje was ik nog niet zover) dat het me nu lukt om een gathering de boventoon te laten voeren boven de maaltijd. Pasen, Kerst en andere feestdagen zijn nog steeds moeilijk, maar als ik van ieder familie event weg zou blijven omwille van wat er geserveerd wordt, dan zou ik bij wijze van spreken nooit meer kunnen aanschuiven voor een sociaal samenzijn.

Ik zie dat de mensen om mij heen op hun manier hun best doen. Er wordt rekening met ons gehouden, soms wordt er zelfs speciaal voor ons een gerecht klaargemaakt, maar vanuit mijn ogen gezien word ik altijd, ja -altijd- omringd door leed. Eiersalade, tonijnsalade, crabsalade, pasteitjes met vlees, pasteitjes met kaas, leguanensoep, vissoep, gegrilde konijn, kippenpoten, marshmallows, paprikachips, ice cream. Het is er altijd, overal en je kunt er niet om heen. Ik laat het nu mijn hart minder binnen, omdat ik, zoals ik zei, wat veganisme betreft een aantal stadia verder ben dan een aantal jaren geleden, waardoor het verdagen en aanschouwen van al die karkassen, kadavers, stemloze dieren verwerkt in gerechten om mij heen, me in de loop van de jaren steeds beter afgaat. Dat vraagt een bepaalde mindset en discipline die ik beoefen naarmate ik verder groei binnen het veganisme. Dat is een voortdurend proces en voor wie het interesseert zal ik daar op een ander tijdstip nog een aparte blog aan wijden.

Wat betreft mijn eigen maaltijden ben ik op het eiland nog veel meer groenten en fruit gaan eten dan ik in Nederland al gewend was. Enerzijds noodgedwongen, anderzijds als verrijking. Verpakkingen controleer ik hier dubbel, omdat ik minder tot niet vertrouwd ben met de Engelstalige en Spaanstalige toevoegingen. Veganistische vleesvervangers zoals sojagehakt en granenburgers die ik in Nederland met regelmaat en gemak kocht, zijn hier een heel stuk duurder, om die reden eten we nu dus sowieso meer groenten en meer zelfgemaakte gerechten dan voorheen. Maar ook het simpele feit dat er hier zoveel meer soorten groenten en fruit zijn en ik dus kennismaak met producten die ik nog niet eerder kende, maakt het leuk om daarmee te experimenteren en nieuwe gerechten uit te proberen.

Ik overleef. Je kunt hier lekker eten en heel veel gerechten zijn te veganiseren. Sociaal gezien is het pittig, maar qua voeding valt het me alleszins mee om als vegan hier te leven. Wel ontstond na een paar maanden bij mij de groeiende behoefte aan real life contacten met andere vegans. Gewoon gelijkgestemden onder elkaar. Uitwisseling en conversatie, herkenning en jezelf -voor eens- geen buitenstaander te voelen. Ik zit al vanaf Nederland in een Facebook groep voor Curaçaose veganisten en toen ik op het eiland aankwam was ik toch wel heel benieuwd naar hoe vibrant en connected deze community daadwerkelijk was. Ergens aan het begin van dit jaar stelde een member van de Facebook groep voor om bij elkaar te komen en ideeën en hapjes uit te wisselen. Ik was meteen enthousiast, maar wist ook dat er best veel effort gaat zitten in het organiseren van een dergelijk event. Uit ervaring weet ik dat mensen het eng kunnen vinden om af te spreken met wildvreemden, zelfs al deel je zo’n krachtige overeenkomst. Ik keek het dus een tijdje aan vanaf de zijlijn en peilde het animo.

Na het eerste enthousiasme bloedde het na een poosje inderdaad alweer dood omdat het niet tot concrete plannen kwam. In februari heb ik er toen zelf een bericht tegen aangegooid om te vragen of er nog steeds belangstelling was voor de bijeenkomst en dat ik tevens van mening was dat we verantwoordelijkheid moesten dragen voor de stabilisering van de community. De jongen die eerder het voorstel had geplaatst voor de meetup was direct enthousiast en vroeg of ik hem wilde helpen bij het organiseren van de allereerste vegan meetup. The deal was sealed. Samen hebben we toen een mooi event in elkaar gezet.

Op het strand van Daaibooi kwamen we op 6 maart bij elkaar. Iedereen nam wat te drinken en te eten mee en we hebben een ontzettend leuke middag gehad. Het accent lag vooral op foodsharing & connecting. We hebben gelachen, we hebben gegeten, we hebben gezwommen. We hebben uitgebreid de tijd genomen om kennis te maken met elkaar. Het was een gemêleerd gezelschap, maar wat ik super cool vond waren deze jonge gasten, doordrenkt van potentie. Frisse, bewuste, gedreven en ambitieuze jongeren die heel duidelijk een statement maken en ‘nee!’ zeggen tegen dierlijke consumptie. Niet dat ik daar ook maar iets aan bijgedragen heb, maar het gaf toch een soort van trots gevoel dat dit de volgende generatie is. Bij het event waren ook jonge kinderen aanwezig. Hoe tof is het voor hen om vanaf deze leeftijd al te weten dat zij opgenomen zijn binnen een community die compassie -en daardoor uitsluiting van dierenleed- uitdraagt. De utopie van de wereld die ik voor mijn kind voor ogen heb.

Ik kijk met warme gevoelens terug op die dag. Het was een heel natuurlijk verloop van samenzijn. De sfeer was warm en hartelijk en ik denk dat iedereen zich welkom voelde. Samen eten verbindt. Ik had het gevoel dat ik aan het eind van de dag nieuwe vrienden had gemaakt. De potlucks die ik in Nederland heb bijgewoond, bestonden bijna altijd uitsluitend uit vegans. Op de meetup was dat anders. Uiteraard waren er vegans, maar er waren ook transistionisten aanwezig. Mensen die bewuste stappen aan het maken zijn in hun eetpatroon. Eerder tijdens het vormgeven van het event werd er door iemand geopperd om ook vega gerechten toe te staan. Terecht was het antwoord toen ‘nee’. Het ontroerde me oprecht dat de transitionisten hun allerbeste beentje hadden voorgezet om een maaltijd mee te nemen die voldeed aan de voorwaarden van ONZE tafel. Normaal zijn wij degenen die inschikken, die bbq’s doorstaan, die de oppeuzeling van gemarineerde en verbrande karkassen voor onze ogen moeten aanschouwen. Vergis je niet. Wij zijn met dierenleed omringd, all-the-time. Op het event was het anders. Yes, op de locatie werd gevist. Yes, een eindje verderop werd er door daggasten gebbqd, maar op dat piepkleine stukje op het strand, onder de bomen in de schaduw, daar waar wij neergestreken waren en onze meetup gaande was en het licht van de ondergaande zon onze band bezegelde, daar was de wereld for once, 100% vegan.

IMG-20160307-WA0035

Daaibooi

943982_10153890135221145_1291163160565714657_n

Vegan Meetup, 6 maart 2016

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s